De toekomst van oorlogsvoering: innovatie boven traditie
Oorlogen worden vaak gevochten met wapens uit het verleden, maar gewonnen met innovatieve technologieën. Conflicten versnellen de ontwikkeling van nieuwe wapens, omdat de strijd koste wat kost gewonnen moet worden. Sinds de uitvinding van buskruit speelt technologie een cruciale rol in oorlogsvoering. De huidige oorlogen worden niet beslist door tanks en straaljagers, maar door drones, slimme munitie en cyberwarfare. Russische tanks bleken kwetsbaar voor relatief eenvoudige drones, een technologie die inmiddels sterk is verbeterd. De volgende generatie drones zal sneller zijn, zwermvorming mogelijk maken via kunstmatige intelligentie en wereldwijd doelen kunnen uitschakelen zonder menselijke tussenkomst.
Ook slimme munitie, in feite een geavanceerde drone afgevuurd door artillerie of vanaf de schouder, speelt een steeds grotere rol. Daarnaast is cyberwarfare een onmisbaar onderdeel van moderne conflicten. Al deze technologieën zijn afhankelijk van de nieuwste chiptechnologie. In dat licht is ASML, de Nederlandse chipmachinefabrikant, een essentiële speler in de wereldwijde defensie-industrie en mogelijk een van de belangrijkste wapenproducenten ter wereld.
De beperkte slagkracht van Europese legers
Een traditioneel leger opbouwen heeft weinig zin meer. Rusland heeft door zijn conventionele oorlogsvoering enorme tegenslagen geleden en het ooit zo machtige Rode Leger is inmiddels sterk verzwakt. In Europa beschikken alleen Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk over een vergelijkbare krijgsmacht, maar beide landen hebben niet de budgettaire ruimte om significant op te schalen. Bovendien heeft de nucleaire afschrikking in de praktijk geen rol gespeeld; Rusland heeft in de oorlog tegen Oekraïne geen tactisch kernwapen ingezet.
Daarnaast is de bereidheid om in Europa te vechten beperkt. De dienstplicht is in de meeste Europese landen al decennialang afgeschaft, met uitzondering van Finland. Een leger van dienstplichtigen vereist bovendien een lange voorbereidingstijd, infrastructuur en trainers. De maatschappelijke polarisatie speelt hierbij ook een rol: hoewel politieke elites een land in oorlog kunnen brengen, heerst onder zowel linkse als rechtse populisten een pacifistische houding.
Wanneer de oorlog in Oekraïne eindigt, zal de noodzaak voor een groot Europees leger vermoedelijk snel afnemen. Hoewel nu wordt gesproken over het halen van de NAVO-normen, blijft de vraag of de NAVO in de toekomst nog zal bestaan, gezien de mogelijke terugtrekking van de VS. Europa heeft jarenlang onder de Amerikaanse veiligheidsparaplu geleefd, maar zal uiteindelijk moeten erkennen dat de Russische economie vele malen kleiner is dan die van Europa. Een enorm defensiebudget is dus niet noodzakelijk, vooral niet dankzij de technologische voorsprong van het Westen.
De geopolitieke onzekerheid rond defensie-investeringen
De bewegingen op de beurs laten een opvallend patroon zien: sinds de komst van Trump bewegen Amerikaanse wapenproducenten zijwaarts, terwijl Europese defensiebedrijven explosief stijgen. Beleggers lijken echter niet ver vooruit te kijken. Als Europese landen uitsluitend Europese wapens kopen, zou dat het einde van de NAVO kunnen betekenen. De enige manier om de VS betrokken te houden, is door juist Amerikaanse wapens te bestellen.
Het is onwaarschijnlijk dat er grootschalige investeringen zullen worden gedaan in traditionele wapens zoals schepen, tanks en straaljagers. De voorkeur gaat eerder uit naar drones uit Oekraïne en Turkije. In dat licht zijn de stijgende koersen van Europese staalproducenten paradoxaal: ze zouden eerder moeten dalen door de Amerikaanse importheffingen op staal.
Turkije heeft al aangegeven een vredesmacht in Oekraïne te willen leveren en beschikt momenteel over een leger dat groter is dan alle Europese krijgsmachten samen. Dit zou Turkije een strategische onderhandelingspositie geven, bijvoorbeeld in de vorm van EU-lidmaatschap. Daarmee zou Turkije een van de machtigste landen in de Unie kunnen worden, een ontwikkeling waar niet alle Europese landen op zitten te wachten.
Conclusie: beleggen in defensie is politiek afhankelijk
Investeren in wapenproducenten brengt niet alleen financiële, maar ook politieke risico’s met zich mee. Overheden kunnen ingrijpen in het verdienmodel van deze bedrijven door eisen te stellen aan nationale productie of technologieontwikkeling. Bovendien is de concurrentie in de wapenindustrie groot, met uitzondering van de meest innovatieve wapens, maar juist die technologiebedrijven worden momenteel door beleggers gemeden. Defensiebedrijven opereren op het snijvlak van publieke functies en private belangen. Dit betekent dat staatssteun of staatsafhankelijkheid
altijd een grote rol zal spelen en zeker ook het concurrentievermogen en de
dynamiek tussen bedrijven zal beïnvloeden. Dit creëert onzekerheid over de
houdbaarheid van of de mogelijkheid tot het opbouwen van een duurzaam
concurrentievoordeel. Tevens zal er waarschijnlijk regelmatig discussie zijn
over welke mate van winstgevendheid sociaal-maatschappelijk acceptabel is.
Hoewel de defensiemarkt op korte termijn aantrekkelijk lijkt, blijven de structurele beperkingen en geopolitieke onzekerheden aanzienlijk. Beleggers doen er goed aan om niet alleen naar de huidige militaire uitgaven te kijken, maar ook naar de langetermijnontwikkelingen binnen de sector.
Han Dieperink, Chief Investment Officer