Beleggen in opkomende markten

15 augustus 2026

Voor het eerst sinds 2017 doen opkomende markten het sinds 2025 beter dan de ontwikkelde wereld. Dat is opvallend, omdat emerging markets sinds de Grote Financiële Crisis juist jarenlang achterbleven. Daar waren verschillende redenen voor. De groei in China vertraagde, grondstoffenprijzen bleven lange tijd relatief laag en kapitaal stroomde richting de Verenigde Staten, mede door de sterke dollar. Daar kwam de uitzonderlijke positie van de Amerikaanse technologiesector bij. De grote Amerikaanse techbedrijven werden steeds belangrijker in de wereldwijde aandelenindices en trokken veel van het beleggingsgeld naar zich toe.

 

Op dat laatste punt is de situatie inmiddels veranderd. De sterke prestaties van opkomende markten komen de afgelopen jaren voor een belangrijk deel uit bedrijven die weinig meer lijken op de klassieke groeibedrijven die beleggers bij emerging markets voor ogen hebben. Het zijn grote, winstgevende technologiebedrijven die profiteren van dezelfde investeringsgolf in kunstmatige intelligentie die ook de Amerikaanse beurs ondersteunt.

 

Dat maakt het huidige rendement van emerging markets minder breed gedragen dan de naam doet vermoeden. Wie een indexfonds voor opkomende markten koopt, krijgt vooral veel blootstelling aan een beperkt aantal grote bedrijven in Noord-Azië.

Het gewicht van IT

Bijna driekwart van het rendement komt uit twee landen: Zuid-Korea en Taiwan. En binnen die landen is een groot deel van de winst afkomstig van een klein aantal chipfabrikanten. TSMC, Samsung en SK Hynix profiteren sterk van de enorme investeringen in datacenters en kunstmatige intelligentie. De grote Amerikaanse technologiebedrijven geven dit jaar samen honderden miljarden dollars uit aan nieuwe infrastructuur. Een deel van dat geld komt uiteindelijk terecht bij de Aziatische bedrijven die de chips en andere onderdelen leveren.

 

De winsten van de chipbedrijven zijn daardoor sterk gestegen. Samsung kan zijn operationele winst dit jaar mogelijk bijna verzesvoudigen tot ongeveer 185 miljard dollar. De drie grote Noord-Aziatische chipbedrijven verdienen inmiddels samen meer dan Apple, Amazon en Alphabet bij elkaar.

Daarmee is ook de index van opkomende markten behoorlijk geconcentreerd geraakt. TSMC is bijvoorbeeld groter dan alle Indiase aandelen samen. Het aandeel zit bovendien in meer dan negentig procent van de aandelenfondsen wereldwijd. In de index voor emerging markets weegt de IT-sector inmiddels zwaarder dan in de ontwikkelde markten. Zeven van de tien grootste aandelen zijn IT-bedrijven en nog twee andere bedrijven hebben een duidelijk technologisch karakter.

De vraag naar halfgeleiders en de investeringen in kunstmatige intelligentie kunnen nog jarenlang voor sterke groei zorgen. Maar het betekent wel dat de term „opkomende markten” een wat vertekend beeld geeft van wat een belegger daadwerkelijk bezit.

Opkomende markten in ontwikkelde landen

Dat geldt vooral voor Zuid-Korea en Taiwan. Beide landen worden in veel wereldwijde indexen nog steeds als opkomende markt aangemerkt, terwijl ze economisch gezien op veel punten dichter bij de ontwikkelde wereld staan. Het inkomen per hoofd ligt boven de 35.000 dollar en beide landen behoren tot de wereldtop als het gaat om investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Hun positie in de halfgeleiderindustrie is daar een belangrijk gevolg van.

 

Daar staat tegenover dat zij ook te maken hebben met problemen die kenmerkend zijn voor rijke economieën. De bevolking vergrijst, de private schulden zijn hoog en de binnenlandse vraag groeit nauwelijks. De chipindustrie kan die problemen niet volledig compenseren.

 

Daarom is het belangrijk om emerging markets niet als één economische categorie te behandelen. Zuid-Korea en Taiwan zijn heel andere markten dan bijvoorbeeld landen in Latijns-Amerika of kleinere opkomende economieën zoals Vietnam. Ook de markt voor schuldpapier heeft weer een heel ander risicoprofiel.

 

Wie alles in één index stopt, krijgt uiteindelijk het gemiddelde van al die verschillende markten. Dat is gemakkelijk en goedkoop, maar het zegt steeds minder over de afzonderlijke kansen en risico’s.

Waarom beleggen in opkomende markten?

Onder de sterke positie van de chipbedrijven ligt een bredere waarderingskans. Opkomende markten zijn nog altijd ongeveer veertig procent goedkoper dan ontwikkelde markten, gemeten naar de verwachte koers-winstverhouding. Wanneer ook de IT-sector wordt meegenomen, ligt de waardering zelfs onder de tien keer de verwachte winst. Tegelijkertijd groeien de winsten in de IT-sector sneller dan de koersen stijgen.

 

Een waardering van ongeveer tien keer de winst vormt bovendien al sinds 2014 ongeveer de onderkant van de bandbreedte voor deze markten. De relatief lage waarderingen in andere sectoren zijn voor een belangrijk deel het gevolg van het afgelopen decennium, waarin beleggers vrijwel automatisch voor de Verenigde Staten kozen.

 

Dat is opmerkelijk, want opkomende economieën groeien structureel sneller. Over de afgelopen vijftien jaar lag de economische groei gemiddeld bijna twee procentpunt per jaar boven die van de ontwikkelde wereld.

 

Die groei gaat bovendien niet gepaard met een vergelijkbare stijging van de overheidsschuld. De overheidsschuld van opkomende landen ligt gemiddeld rond de zeventig procent van het bbp, tegenover meer dan honderd procent in de ontwikkelde wereld. Dat verschil zegt natuurlijk niet dat alle emerging markets financieel gezond zijn, maar de trend is wel gunstig. Groei zonder een evenredige toename van de schuld versterkt uiteindelijk de kredietwaardigheid.

 

Dat is ook terug te zien in de kredietratings. Voor het derde jaar op rij zijn er wereldwijd meer ratingverhogingen dan -verlagingen voor opkomende landen.

 

Vooral bij obligaties is het verschil interessant. Veel centrale banken in opkomende landen begonnen hun rente al in 2021 te verhogen, toen de centrale banken in het Westen de rente nog rond nul hielden. Daardoor bieden verschillende emerging markets nu relatief hoge reële rentes. Als de economische groei verder afzwakt, hebben deze centrale banken bovendien meer ruimte om de rente te verlagen.

Corporate Governance

Een andere ontwikkeling  is de verbetering van corporate governance in een aantal opkomende markten. Zuid-Korea is daarvan een goed voorbeeld. Sinds begin 2024 werkt het land aan een zogenoemd ‘value-up’-programma, waarmee bedrijven worden aangespoord om hun kapitaal efficiënter te gebruiken, dividenden te verhogen en meer eigen aandelen in te kopen. Vorig jaar zomer werd bovendien wettelijk vastgelegd dat bestuurders ook rekening moeten houden met de belangen van minderheidsaandeelhouders. Ingekochte eigen aandelen moeten voortaan worden ingetrokken, waardoor bedrijven ze niet langer eenvoudig kunnen gebruiken om hun machtsverhoudingen te beïnvloeden.

 

Een groot deel van de lage waardering van Koreaanse aandelen hangt samen met de manier waarop bedrijven met kapitaal en aandeelhouders omgaan. Als daar verbetering in komt, kan dat op termijn leiden tot een hogere waardering van de markt.

 

De eerste resultaten zijn al zichtbaar. De index van bedrijven die aan de nieuwe eisen voldoen, presteert duidelijk beter dan de brede Koreaanse aandelenmarkt. Japan maakt ondertussen een vergelijkbare ontwikkeling door, waarbij corporate governance steeds meer onderdeel wordt van het beleid van ondernemingen.

 

In landen waar een groot deel van de bevolking via pensioenfondsen indirect aandeelhouder is, wordt het steeds belangrijker dat bedrijven waarde creëren voor alle aandeelhouders.

 

In de Verenigde Staten zien we op sommige punten juist een andere ontwikkeling. Oprichters en bestuurders houden via aandelen met extra stemrecht vaak veel macht binnen bedrijven. Tegelijkertijd is de invloed van een kleine groep zeer grote technologiebedrijven op de index sterk toegenomen. Dat maakt de discussie over aandeelhoudersrechten en corporate governance daar opnieuw relevant.

Onderwogen uit gewoonte

Ondanks deze ontwikkelingen blijven beleggers relatief weinig investeren in emerging markets. Pensioenfondsen hebben gemiddeld ongeveer vijf procent van hun vermogen in deze markten zitten, terwijl emerging markets ongeveer elf procent van de wereldwijde aandelenindex vertegenwoordigen. Op basis van koopkracht is het aandeel van deze economieën in de wereldeconomie zelfs veel groter.

 

Bij obligaties is de onderweging nog duidelijker. Veel portefeuilles hebben slechts één tot drie procent in schuldpapier van opkomende landen.

Een deel daarvan is begrijpelijk. Beleggers zijn de afgelopen vijftien jaar beloond voor een sterke voorkeur voor Amerikaanse aandelen. De Amerikaanse economie groeide goed, de dollar was sterk en vooral de grote technologiebedrijven leverden uitzonderlijke rendementen. Het is dan logisch dat beleggers hun portefeuilles daarop hebben ingericht.

 

Maar die voorkeur is inmiddels zo groot geworden dat het de waarderingen en de spreiding in portefeuilles beïnvloedt. De vraag is daarom niet alleen of emerging markets aantrekkelijk zijn, maar ook hoeveel van de huidige voorkeur voor Amerikaanse aandelen nog gerechtvaardigd is.

AI biedt ook kansen buiten de rijke wereld

Kunstmatige intelligentie vormt daarbij niet alleen een risico voor opkomende economieën. Er liggen juist ook kansen.

 

In rijke landen kan volgens verschillende schattingen ruim veertien procent van de banen door AI worden geautomatiseerd. In ontwikkelende economieën ligt dat aandeel onder de vijf procent. Dat betekent dat de directe verstoring van de arbeidsmarkt daar waarschijnlijk kleiner is. Tegelijkertijd kunnen deze landen veel voordeel halen uit eenvoudige AI-toepassingen.

 

In economieën waar een tekort is aan goed opgeleide werknemers, kan AI bijvoorbeeld helpen om minder ervaren werknemers productiever te maken. Daarvoor zijn niet altijd enorme datacenters of miljardeninvesteringen nodig. Toegang tot goede software en modellen kan al voldoende zijn.

 

Er is natuurlijk ook een keerzijde. Veel van de beste AI-modellen zijn in handen van een relatief klein aantal Amerikaanse en Chinese bedrijven. Dat maakt andere landen afhankelijk van technologie die ze niet zelf controleren. Maar die afhankelijkheid hoeft niet te betekenen dat emerging markets buiten de AI-golf vallen. Voor veel landen kan de technologie juist een manier zijn om sneller productiviteitswinst te boeken.

Conclusie

De sterke prestaties van emerging markets geven op dit moment een wat misleidend beeld. Wie via een breed indexfonds in deze markten belegt, krijgt een grote positie in Taiwan en Zuid-Korea en daarmee een aanzienlijke blootstelling aan de wereldwijde vraag naar halfgeleiders. Dat is iets heel anders dan een brede belegging in jonge, snelgroeiende markten.

 

Tegelijkertijd liggen daaronder interessante markten die in het indexgemiddelde nauwelijks zichtbaar zijn. Veel aandelen zijn relatief goedkoop, verschillende opkomende landen groeien sneller dan de ontwikkelde wereld en hun centrale banken hebben vaak meer ruimte om de rente te verlagen. Ook de financiële positie van verschillende landen verbetert en op het gebied van corporate governance zijn er duidelijke stappen vooruit.

 

Voor beleggers betekent dit vooral dat het steeds minder zinvol is om emerging markets als één geheel te bekijken. De grote chipbedrijven in Noord-Azië zijn inmiddels volwassen technologiebedrijven en verdienen een andere analyse dan bijvoorbeeld aandelen uit Latijns-Amerika, Vietnam of obligaties van opkomende landen.

 

De kansen liggen daarom niet noodzakelijk in het simpelweg verhogen van de positie in een brede emerging-marketsindex. Interessanter is om binnen die categorie onderscheid te maken tussen landen, sectoren en beleggingscategorieën. Juist buiten de bekende chipbedrijven zijn de waarderingen laag en is er ruimte voor economische groei.

 

Na een decennium waarin beleggers massaal voor Amerikaanse aandelen kozen, is het daarom de moeite waard om opnieuw naar emerging markets te kijken, maar let nu meer op de verschillen dan op de overeenkomsten.

 

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer 

 

Disclaimer

Abonneer

Gerelateerde artikelen

De magische 4%

Lange tijd rekende Nederland met vier procent. Pensioenfondsen gingen ervan uit dat hun beleggingen gemiddeld dat rendement haalden. Toekomstige uitkeringen

Meer lezen

De semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij

Chipaandelen corrigeren hard, maar de semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij. Kunstmatige intelligentie en robots stuwen de vraag.

Meer lezen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.