De derde categorie: private markten
Naast aandelen en obligaties bestaat er een derde beleggingscategorie: private markten. Die valt uiteen in drie onderdelen. Private equity draait om belangen in niet-beursgenoteerde bedrijven. Private debt, ook wel private credit, betreft leningen buiten de bank en de obligatiemarkt om. En real assets omvat tastbare activa, met vastgoed en infrastructuur als de twee belangrijkse hoofdvormen. Infrastructuur is één bouwsteen binnen real assets, en real assets is één van de drie routes binnen private markten.
Waarom beleggen in infrastructuur nu aantrekkelijk is
De wereld staat voor een investeringsopgave van ongekende omvang: de komende vijftien jaar is wereldwijd meer dan honderdduizend miljard dollar nodig. Wie daarbij alleen aan bruggen en snelwegen denkt, kijkt te beperkt. Ook elektriciteitsnetten, glasvezel, datacenters, laadpalen en energieopslag horen erbij; het is de fysieke laag waarop de (digitaliserende) economie draait. Verschillende trends versterken elkaar. De digitalisering vraagt om datacenters, de energietransitie om netten, en de verplaatsing van productie om fabrieken en havens. Kunstmatige intelligentie is de grootste nieuwe aanjager: een AI-model heeft vooral stroom, koeling en netcapaciteit nodig. Zo verandert AI van een technologieverhaal in een infrastructuurverhaal. Het stroomverbruik van datacenters kan richting 2030 verdubbelen, en in Nederland remt netcongestie nu al de woningbouw. Voor de eigenaar van zo’n schaars en onmisbaar netwerk is dat tekort juist aantrekkelijk.
De rol van infrastructuur in de portefeuille
Wat voegt infrastructuur toe? Vooral een ander soort blootstelling. Een aandeel hangt af van omzet, marges en concurrentie; een obligatie is een claim op rente en aflossing. Infrastructuur draait om het bezit van schaarse, essentiële activa. Een elektriciteitsnet verliest niet ineens dertig procent van zijn klanten als de economie krimpt; mensen blijven stroom en water gebruiken. De inkomsten zijn daardoor relatief voorspelbaar, vaak vastgelegd in langlopende contracten of gereguleerde tarieven die geheel of gedeeltelijk aan de inflatie zijn gekoppeld. Daarmee biedt infrastructuur iets wat aandelen en obligaties moeilijker leveren: stabiele kasstromen én bescherming tegen geldontwaarding. Het verhoogt niet alleen het rendement, maar vooral de kwaliteit ervan, precies wanneer de oude negatieve samenhang tussen aandelen en obligaties het laat afweten.
Waarom private infrastructuur beter is
Beleggers kunnen infrastructuur op twee manieren in huis halen: beursgenoteerd of privaat. Beursgenoteerde infrastructuur is liquide en eenvoudig te kopen, maar beweegt sterk mee met de aandelenmarkt. In een correctie daalt ze gewoon mee, en juist het defensieve, diversifiërende karakter verdampt dan op het verkeerde moment. Private, niet-beursgenoteerde infrastructuur werkt anders. De belegger bezit direct de fysieke activa: gereguleerde netwerken, concessies, langlopend verhuurde capaciteit. De waardering volgt de kasstromen, niet de dagkoersen. Daardoor is de beweeglijkheid lager en blijft de samenhang met aandelen beperkt. Over het afgelopen decennium leverde private infrastructuur gemiddeld acht à negen procent per jaar op, met duidelijk minder volatiliteit dan aandelen. Daar komt de illiquiditeitspremie bij: extra rendement omdat het geld langer wordt vastgezet. En als eigenaar heeft de belegger invloed op onderhoud en financiering. Het speelveld is bovendien veel breder: van een regionaal glasvezelnet tot een havenconcessie, activa die simpelweg niet aan de beurs noteren, precies waar de groei zit.
Illiquiditeit als verborgen voordeel
Er is nog een reden, en die is psychologisch. Illiquiditeit geldt meestal als nadeel, maar is vaak een verborgen voordeel. Wie niet dagelijks kan verkopen, komt ook niet in de verleiding om in paniek te verkopen. De vaste looptijd beschermt de belegger tegen zijn eigen reflexen, tegen de neiging om op het dieptepunt uit te stappen. Dagelijks verhandelbare infrastructuur nodigt juist uit tot die fout. Wat op papier een beperking lijkt, voorkomt in de praktijk het duurste gedrag dat er bestaat.
Kern van de portefeuille, geen satelliet
Belangrijk is hoe private markten worden gepositioneerd. Door hun lange horizon horen ze tot de kern van de portefeuille, niet tot een opportunistische satelliet die naar de waan van de dag wordt toegevoegd of weggehaald. Het zijn strategische, langjarige posities die geleidelijk worden opgebouwd, over meerdere jaren en jaargangen, en die zich niet lenen voor in- en uitstappen op basis van het sentiment van het moment. Juist die trage, doordachte opbouw hoort bij een kern, niet bij een satelliet. Tegelijk stellen ze een eis aan de rest: de portefeuille als geheel moet voldoende liquide blijven. Wat wordt vastgezet in private markten, moet elders in verhandelbare beleggingen kunnen worden opgevangen om aan verplichtingen te voldoen. Hoeveel liquiditeit nodig is, verschilt per definitie per belegger. Een pensioenfonds met voorspelbare, langlopende verplichtingen kan meer vastzetten dan een particulier die zijn geld eerder nodig kan hebben. De juiste weging naar private markten is dus persoonlijk. En de risico’s blijven reëel: veel schuld maakt kwetsbaar bij een rentestijging, overheden kunnen tarieven of regels veranderen, en waarderingen zijn minder transparant. De kwaliteit van de asset weegt zwaarder dan het label.
Van 60/40 naar drie bouwstenen
Een portefeuille bestaat niet langer uit bijvoorbeeld zestig procent aandelen en veertig procent obligaties, maar drie categorieën: aandelen, obligaties en private markten. Aandelen leveren groei, obligaties leveren inkomen, liquiditeit en bescherming in bepaalde recessies, en private markten voegen een derde, structurele bron toe, verdeeld over private equity, private debt en real assets. Binnen die real assets horen infrastructuur en vastgoed tot de meest waardevolle bouwstenen: langdurige, vaak voorspelbare kasstromen uit onmisbare activa, met inflatiebescherming en blootstelling aan een wereldwijde investeringsgolf. Voor wie illiquiditeit kan dragen en in decennia denkt, is de private variant de zuiverste keuze. Wie die kiest, koopt niet alleen stenen en staal, maar de fysieke laag onder de economie van morgen. Geen wondermiddel, wel een structurele pijler in de kern van een moderne portefeuille.
Han Dieperink, Chief Investment Officer