Beleggen in box 2 of in box 3

28 december 2024

box 2 of box 3

De vraag die vrijwel elk jaar weer terugkomt is of het fiscaal voordeliger is om te beleggen binnen een bv in box 2 of juist privé in box 3. Het antwoord is mede afhankelijk van de snel wijzigende tarieven en voorwaarden, zowel voor wat betreft box 2 als box 3. Bovendien is er altijd een beginsituatie. Aan de ene kant kan een directeur-grootaandeelhouder (DGA) overwegen om structureel overtollige winstreserves uit te keren in de vorm van dividend en privé verder te beleggen in box 3. Maar er zijn ook beleggers met vermogen in box 3 waarop de forfaitaire box 3-heffing steeds zwaarder drukt. Dan wordt mogelijk overwogen om vermogen vanuit privé naar een bv over te brengen.

Heffing over forfaitair rendement in box 3

Box 3 is in 2001 ontstaan als de opvolger van het bronnenstelsel. Onder het bronnenstelsel was vermogen bron van inkomen en werd het inkomen belast. De kosten (waaronder die ter verwerving van de bron zoals betaalde rente) waren aftrekbaar. Dankzij die aftrekbaarheid kwamen er op een gegeven moment wel erg veel vermogenden met een fiscaal nul-inkomen. Sinds de herziening per 2001 moet  er een box 3 belasting worden betaald over een voor iedereen gelijk verondersteld (forfaitair) rendement. Ongeacht samenstelling en omvang van iemands vermogen was dat forfaitaire rendement de eerste jaren 4 procent. Daarover moest standaard 30 procent worden afgedragen, effectief dus 1,2 procent. Voor beleggers een prima regeling. Vandaar toen de liefkozende bijnaam ‘de pretbox’.  

Dalende spaarrentes

Box 3 begon echter te knellen door de dalende spaarrentes. Eerst peinsde niemand erover om privévermogen in een bv te stoppen. Toen het werkelijke rendement lager werd dan ongeveer 2,3 procent  (het omslagpunt) kwam de belasting in een bv-structuur lager uit. Toen in 2007 het Vpb-tarief daalde tot 20 procent over de winst tot 200.000 euro en 25 procent daarboven werd het omslagpunt 3 procent bij een Vpb-tarief van 20 procent en circa 2,75 procent bij een Vpb-tarief van 25 procent. Door de snelle daling van de spaarrente als gevolg van de Grote Financiële Crisis werd het aantrekkelijk om spaar-bv’s op te zetten. Box 3 was immers niet langer de pretbox.

Sparen in de bv

Door het forfaitaire rendement te laten toenemen naarmate het box 3-vermogen groter werd, werd box 3 voor spaarders nog onaantrekkelijker. De belastingdruk in box 3 kon oplopen tot effectief ruim 1,7 procent, terwijl geholpen door verlaging van het lage Vpb tarief de gecombineerde belastingdruk binnen de bv over het rendement kon dalen tot circa 38 procent. In het kerstarrest van de Hoge Raad in 2021 kwam het einde van de spaar-BV. Het belasten van inkomen die belastingbetalers nooit hebben genoten was in strijd met het EVRM, waardoor dat voor bezwaarmakers vanaf 2017 en voor andere belastingbetalers vanaf 2021 rechtsherstel opleverde.

 

Inmiddels is dat rechtsherstel geformaliseerd onder de huidige Overbruggingswet box 3. Banktegoeden worden belast op basis van een apart forfaitair rendement, meer in lijn met de werkelijke rentestand. Alleen voor andere laag renderende ‘overig’ bezittingen, waaronder bijvoorbeeld ook geldmarktfondsen, geldt een forfaitair rendement dat gebaseerd is op gemiddelde rendementen uit het verleden voor aandelen, onroerend goed en obligaties. Dan is beleggen in de bv (omslagpunt tussen de 4,1 en de 5,2 procent) al snel aantrekkelijker. Maar ook hier wordt nog steeds het eigendomsrecht EVRM geschonden en dat geldt dus ook voor de overbruggingswet box 3.

Omslagpunt niet meer te berekenen door tegenbewijsregeling

Als belastingplichtigen kunnen aantonen dat hun rendement beneden het forfaitaire rendement is uitgekomen, kunnen ze op verzoek alsnog over het werkelijke rendement worden belast (de tegenbewijsregeling). Dat betekent meteen dat er vooraf geen omslagpunt tussen beleggen in BV of in privé is te berekenen. Het belastingtarief in box 3 is op dit moment 36 procent. Dat is lager dan de gecombineerde belastingdruk in bv die nu nog ligt tussen de 38,8 procent en de 50,3 procent. Als in box 3 maximaal het daadwerkelijk rendement wordt belast, is beleggen in de bv vanuit dit oogpunt niet meer interessant. Alleen als de beleggingen vanuit privé in de bv worden ingebracht als agio-storting verdwijnen deze uit box 3 en worden deze zolang niet wordt verkocht ook niet belast.

 

Hoger forfaitair rendement vanaf 2026

Sinds het kerstarrest van de Hoge Raad over box 3 eind 2021 is er veel veranderd en gaat er ook nog veel veranderen. Politiek is er de wens dat we in box 3 uiteindelijk belasting gaan betalen over het werkelijke rendement. De laatste complexe conceptversie is echter door de Raad van State afgeschoten en het is de vraag of en in welke vorm die er ooit komt, in ieder geval niet voor 2028. Ondertussen moet de overheid jaarlijks miljarden aan herstelwerkzaamheden betalen aan spaarders en beleggers in box 3. Om dat budgettair glad te trekken gaat het forfaitair rendement voor overige beleggingen fors omhoog, vanaf 2026 met maar liefst 1,78 procentpunt terwijl tegelijkertijd het heffingvrije vermogen omlaag gaat naar 52.048 euro.

 

Hier stapelt de wetgever wel fictie (het forfaitair rendement) op fictie (de indeling van vermogen) op fictie (een extra forfaitaire heffing vanwege de politieke vereiste begrotingsneutraliteit). Wat dat betreft zullen veel mensen met heimwee terugdenken aan het eenvoudige bronnenstelsel. Bovendien komen er bij een rendement van 7,66 procent (5,88 procent forfaitair rendement over 2025 en 1,78 procent opslag) ongetwijfeld meer mensen in aanmerking voor de tegenbewijsrekening.

 

Toekomstige alternatieven: vermogensrendement, vermogen of geen belasting

Het alternatief dat overblijft voor na 2028 is het daadwerkelijk belasting op de gerealiseerde rendementen, maar dat blijft erg complex om vorm te geven. Er wordt zelfs al gesproken over een eenvoudige vermogensbelasting (zeg 1,2 procent)  in plaats van de complexe vermogensrendementsheffing. Wie de totale belastingopbrengst voor de Nederlandse staat wil optimaliseren zou er goed aan doen om vermogen in Nederland voortaan niet te belasten. Zo’n vergaande vereenvoudiging zorgt er ook voor dat de belastingdienst de nodige ruimte krijgt op andere dossiers.

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer

Disclaimer

Visie 2025

Gerelateerde artikelen

Een verrassende eerste ronde

Brazilië draait na Argentinië naar rechts. Wat betekent de verkiezingsuitslag voor Zuid-Amerika en voor beleggen in Brazilië?

Meer lezen

De winst doet het werk

Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.

Meer lezen

De Straat van Hormuz weer open.

De Straat van Hormuz gaat weer open, maar niet voor Iraanse olie. Wat betekent dit voor de olieprijs, inflatie, de Fed en beleggers?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.