Alphabet vervangt Verizon
24 juni 2026
Vanaf maandag 29 juni 2026 maakt Alphabet, het moederbedrijf van Google, deel uit van de Dow Jones Industrial Average. De techreus neemt de plaats in van Verizon, de telecomonderneming die de afgelopen jaren steeds minder betekende voor de bekendste beursgraadmeter ter wereld. Op het eerste gezicht lijkt dat logisch: een technologiebedrijf van bijna twee biljoen dollar verdient een plek tussen Apple, Microsoft, Amazon en Nvidia. A chter deze wissel de vraag hoe een index eigenlijk wordt opgebouwd.
Een index die op koers weegt
De Dow Jones is een prijsgewogen index. Dat betekent dat het gewicht van een aandeel niet afhangt van de grootte van het bedrijf, maar uitsluitend van de koers per aandeel. Een aandeel van 400 dollar telt vier keer zo zwaar als een aandeel van 100 dollar, ongeacht hoeveel de onderneming werkelijk waard is. Verizon woog daardoor nog maar een half procent in de index, simpelweg omdat de koers laag was. De daadwerkelijke omvang van het bedrijf deed er nauwelijks toe.
De Japanse Nikkei 225 werkt op precies dezelfde manier. Ook daar bepaalt de koers het gewicht, met als gevolg dat een handvol hooggeprijsde aandelen de richting van de hele index kan sturen. Het is een merkwaardige uitkomst: niet de waarde van een bedrijf, maar het toevallige niveau van de aandelenkoers geeft de doorslag.
Waarom dit de eerste indices waren
Dat juist deze prijsgewogen indices als eerste ontstonden, heeft een eenvoudige reden. De Dow Jones zag in 1896 het licht, in een tijd zonder computers. Een index berekenen moest met de hand kunnen. Door simpelweg de koersen van een aantal aandelen op te tellen en te delen door een vast getal, ontstond een graadmeter die elke krant dagelijks kon publiceren. Eenvoud was een noodzaak. De Nikkei volgde later hetzelfde principe.
Het nadeel werd pas naderhand duidelijk. Een aandelensplitsing verandert de koers, en daarmee het gewicht in de index, terwijl het bedrijf in werkelijkheid niets is veranderd. Een prijsgewogen index meet daardoor iets wat economisch weinig betekenis heeft. De eenvoud die ooit een voordeel was, werd uiteindelijk de zwakke plek.
De opkomst van de marktkapitalisatie
Mede daarom kwamen later indices die wegen naar marktkapitalisatie. De S&P 500 en de MSCI-indices werken zo. Het gewicht weerspiegelt dan de werkelijke omvang van een bedrijf: het aantal aandelen maal de koers. Dat sluit veel beter aan bij de manier waarop beleggers naar de markt kijken.
Toch geven ook deze indices geen volledig beeld van de markt. Vrijwel alle marktkapitalisatie-indices passen namelijk een free float-correctie toe. Daarbij tellen alleen de aandelen mee die daadwerkelijk vrij verhandelbaar zijn. Stukken die vastzitten bij oprichters, families, overheden of in onderlinge deelnemingen blijven buiten beschouwing. De gedachte erachter is praktisch: een indexfonds kan alleen aandelen kopen die ook echt te koop zijn. Het gevolg is wel dat de index niet de hele onderneming weergeeft, maar slechts het deel dat op de beurs rondgaat. Een bedrijf waarvan de staat de helft bezit, telt voor de helft mee. De index is daarmee een afspiegeling van het vrij verhandelbare deel van de markt, niet van de markt zelf.
Bij obligaties gelden andere regels
Bij obligaties bestaat zo’n free float-correctie niet. Een obligatie-index neemt doorgaans de volledige uitstaande schuld mee, ongeacht wie de eigenaar is. En dat terwijl centrale banken inmiddels voor biljoenen aan obligaties op hun balans hebben staan. De Japanse centrale bank bezit een groot deel van alle Japanse staatsobligaties, en ook de ECB en de Federal Reserve hebben enorme posities opgebouwd. Die stukken liggen jarenlang stil, maar tellen in de index gewoon mee.
Bij aandelen zou zo’n positie via de free float-correctie worden weggestreept, bij obligaties niet. Daardoor geeft een obligatie-index een nog vertekender beeld van wat er werkelijk verhandelbaar is dan een aandelenindex. Een belegger die de index volgt, koopt in feite mee in schuld die voor een belangrijk deel veilig in de kluis van een centrale bank ligt. Het laat zien dat de regels rond indexsamenstelling minder vanzelfsprekend zijn dan ze lijken, en dat verschillende beleggingscategorieën met verschillende maten worden gemeten.
SpaceX en de soepeler regels
De afgelopen maanden hebben verschillende indexaanbieders hun toelatingseisen versoepeld om grote beursintroducties sneller te kunnen opnemen. SpaceX, dat in juni naar de beurs ging tegen een waardering van rond de 1,75 biljoen dollar, is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Nasdaq laat sinds kort nieuwe bedrijven al na vijftien handelsdagen toe tot de Nasdaq 100 en heeft de minimumeis voor de free float losgelaten. Ook FTSE Russell en MSCI maakten een snelle opname mogelijk. Indexfondsen worden daardoor gedwongen om binnen enkele weken voor miljarden aan een aandeel te kopen waarvan maar een klein deel vrij verhandelbaar is.
Opvallend is dat de S&P 500 niet meeging in deze versoepeling. Die index houdt vast aan de eis dat een bedrijf winstgevend moet zijn en eerst een periode op de beurs moet hebben gedraaid. SpaceX voldoet aan geen van beide en blijft voorlopig dus buiten de bekendste Amerikaanse graadmeter.
En de Dow Jones? Die komt op een heel andere manier tot stand. Waar de meeste indices werken met vaste, mechanische regels, kiest een commissie bij de Dow Jones de bedrijven met de hand uit. Er is geen automatische toelating op basis van omvang of koers. Een bedrijf komt erin omdat de samenstellers vinden dat het de Amerikaanse economie goed vertegenwoordigt. SpaceX zou dus niet via een versoepelde regel in de Dow Jones belanden, maar alleen als de commissie dat zelf zou besluiten. Juist die menselijke keuze maakt de Dow ouderwets, maar tegelijk minder gevoelig voor het gedwongen koopgedrag dat de soepeler regels elders veroorzaken.
De wissel tussen Alphabet en Verizon is meer dan een naam die verandert op een lijst. Het herinnert ons eraan dat geen enkele index een neutrale weergave van de markt is. De manier van wegen, de free float-correctie en de toelatingsregels bepalen samen wat een belegger in een indexfonds werkelijk in handen heeft. Wie passief belegt, doet er goed aan te weten welke keuzes er achter de schermen zijn gemaakt. Want ook een index die de markt heet te volgen, is uiteindelijk het resultaat van een reeks afspraken.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief
Gerelateerde artikelen
Nog even en we worden allemaal Frans
Frankrijk zit door zijn staatsschuld klem in een vicieuze cirkel; de rest van de eurozone betaalt de rekening.
Meer lezenEen verrassende eerste ronde
Brazilië draait na Argentinië naar rechts. Wat betekent de verkiezingsuitslag voor Zuid-Amerika en voor beleggen in Brazilië?
Meer lezenDe winst doet het werk
Sinds begin juni beweegt de beurs vooral zijwaarts. Nu lijkt daar voorzichtig een einde aan te komen. De winsten van bedrijven zijn al die tijd gestegen, maar de koersen bleven bijna gelijk.
Meer lezen
