Allemaal naar box 2, of box 1?
12 september 2026
Sinds het Kerstarrest van 2021, waarin de Hoge Raad oordeelde dat heffing over een fictief rendement in strijd is met het eigendomsrecht, buitelen de reparaties over elkaar heen. Er kwam een tegenbewijsregeling, er kwam een wetsvoorstel voor werkelijk rendement, en dat voorstel is inmiddels weer geparkeerd. In het begrotingsakkoord van eind augustus schoof de coalitie de invoering opnieuw voor zich uit. Het wordt komende week niet besproken op Prinsjesdag, maar nu op zijn vroegst bij de voorjaarsnota. Het kabinet koerst nu aan op een volledige vermogenswinstbelasting, waarbij u pas afrekent bij verkoop. Dat kan op zijn vroegst in 2032 ingaan. Tot die tijd blijft de heffing op forfaitaire leest geschoeid, met 36 procent over een verondersteld rendement.
Voor de belegger is niet zozeer het tarief het probleem, maar de onzekerheid. Wie niet weet welk stelsel er over drie jaar ligt, kan onmogelijk een verstandige langetermijnkeuze maken. Die onzekerheid drijft vermogen richting box 2.
De verleiding van de bv
De redenering achter de vlucht naar box 2 is simpel. Vermogen dat u onderbrengt in een besloten vennootschap valt niet langer in box 3. De winst in de bv wordt belast met vennootschapsbelasting (19 procent tot twee ton, 25,8 procent daarboven) en pas als u het geld naar privé haalt, volgt de aanmerkelijkbelangheffing van box 2: 24,5 procent tot krap 69.000 euro, daarna 31 procent. Zolang de winst in de vennootschap blijft, betaalt u nog niets. Dat uitstel is de kern van de aantrekkingskracht.
Bij een bescheiden dividend komt de gecombineerde druk uit op bijna 39 procent. Dat oogt vriendelijker dan de 36 procent van box 3, want in box 3 betaalt u elk jaar, ook over papieren winst, terwijl u in de bv de heffing voor u uit kunt schuiven. Voor wie een hoog rendement verwacht, kan de bv daarom aantrekkelijk lijken.
Uitstel is geen afstel
Toch is de vlucht naar box 2 zelden zo slim als hij lijkt. Om te beginnen is uitstel geen afstel. De belastingclaim verdwijnt niet, hij wordt latent. Vroeg of laat komt het geld naar privé, en dan volgt de afrekening alsnog. Wie de gecombineerde druk aan de bovenkant berekent: 25,8 procent vennootschapsbelasting plus 31 procent box 2 komt uit op bijna 49 procent. Dat is nauwelijks minder dan het toptarief in box 1.
Daar komen de kosten en de rompslomp bij. Een bv vraagt een jaarrekening en een administratie. Uw vermogen wordt minder liquide en u levert flexibiliteit in. En dan is er nog het politieke risico. Een stelsel dat vandaag gunstig oogt, kan morgen worden aangepast. De geschiedenis van box 3 laat precies zien hoe grillig de wetgever kan zijn.
Het grootste bezwaar is echter gedragsmatig. De belasting hoort een overweging te zijn, geen stuurman. Beleggers die hun geld verhuizen om een heffing te ontlopen, nemen structuur, kosten en illiquiditeit op de koop toe voor een voordeel dat vaak kleiner is dan gedacht en soms verdampt zodra de regels weer veranderen.
En box 1 dan?
In de fiscale hoek klinkt een radicaler geluid: schaf box 3 af en breng beleggingsinkomen onder in box 1. Dan wordt inkomen uit arbeid gelijk behandeld met inkomen uit vermogen, en betaalt de gepensioneerde die van zijn vermogen leeft evenveel als de werknemer met hetzelfde inkomen. Vanuit het draagkrachtbeginsel valt daar iets voor te zeggen.
Alleen het toptarief in box 1 bedraagt 49,5 procent. Dat is fors, zeker als de heffing niet alleen de opbrengst raakt maar ook de jaarlijkse waardeaangroei. Juist dat onderscheid is cruciaal. Een heffing op gerealiseerde winst laat u met rust zolang u niet verkoopt; een heffing op papieren winst dwingt u soms tot verkopen om de aanslag te kunnen betalen. Voor wie belegt voor de lange termijn, is afrekenen bij verkoop veruit te verkiezen boven jaarlijks afrekenen over aanwas.
En Europa dan?
Terwijl Den Haag met de boxen worstelt, ligt in Brussel een heel ander idee op tafel. De Europese Commissie presenteerde vorig jaar haar spaar- en investeringsunie, bedoeld om de bijna tien biljoen euro die Europeanen op spaarrekeningen laten staan in beweging te brengen richting de kapitaalmarkt. De achterliggende diagnose is dat Europa jaarlijks honderden miljarden tekortschiet om zijn concurrentiekracht, verduurzaming en digitalisering te betalen, in de becijfering achter die plannen zo’n 750 tot 800 miljard euro extra per jaar. Om spaargeld die kant op te bewegen wordt nagedacht over fiscale prikkels, en in de radicaalste variant die in dat debat opduikt, komt het neer op het doortrekken van de deelnemingsvrijstelling naar elke positie.
Die vrijstelling bestaat vandaag om dubbele heffing te voorkomen. Wie via een vennootschap een belang van vijf procent of meer houdt, betaalt geen tweede keer belasting over winst die bij de onderneming al is belast. Die redenering laat zich moeiteloos uitbreiden naar de particulier. Ook uw aandeel in een beursfonds vertegenwoordigt winst waarover het bedrijf al vennootschapsbelasting heeft betaald. Belast u het rendement daarna nog eens in box 3, dan heft u feitelijk twee keer over dezelfde euro.
Trek die logica volledig door en het rendement op elke belegging blijft bij de particulier onbelast, simpelweg omdat de onderneming de heffing al voor haar rekening heeft genomen. Daarmee vervalt de bestaansgrond van box 3 voor aandelen, verliest ook de aanmerkelijkbelangheffing van box 2 haar grond, en stort het boxenstelsel als ordeningsprincipe in elkaar. Het hele bouwwerk waar de Haagse discussie al jaren om draait, zou in één klap overbodig zijn. Maar de prikkel om te investeren is duidelijk toegenomen.
De keerzijde is even groot als de belofte. Zo’n vrijstelling is natuurlijk niet budgettair neutraal en botst frontaal met het draagkrachtbeginsel: arbeid zwaar belast, vermogen onbelast, precies het spiegelbeeld van het pleidooi om beleggingsinkomen juist in box 1 te trekken. Tegelijk biedt het wel ruimte voor fiscaal geëmigreerde Nederlanders om terug te keren, waardoor de totale belastingopbrengst juist stijgt. Officieel gaat Brussel dan niet zó ver door dubbel heffen te verbieden; de concrete stap is vooralsnog een aanbeveling aan de lidstaten voor fiscaal gunstige beleggingsrekeningen. Maar de richting is gezet, en de economische ambitie erachter is serieus, want geen enkele maatregel zou het beleggen in Europa zo’n krachtige impuls geven, en juist die kapitaalvorming heeft het continent hard nodig.
Voor de belegger onderstreept dit vooral hoe grillig het speelveld is. De Haagse discussie trekt vermogen richting een zwaardere heffing, de Europese ambitie trekt precies de andere kant op. Wie zijn portefeuille tussen die twee tegengestelde krachten in gaat verbouwen, kiest bijna zeker verkeerd.
De les voor de belegger
En daarmee ligt er, bijna onbedoeld, een opmerkelijke uitkomst op tafel. Het stelsel waar velen voor vrezen (werkelijk rendement in box 30 schuift op richting een vermogenswinstbelasting: 36 procent, pas bij verkoop, met verliesverrekening en zonder de kosten van een bv. Dat is voor de gemiddelde belegger gunstiger dan de vlucht naar box 2, en een stuk eenvoudiger. De uitgang die iedereen zoekt, blijkt bij nader inzien minder aantrekkelijk dan de kamer die men wil ontvluchten.
Verbouw uw vermogen niet voor een stelsel dat nog niet vaststaat. Dure, onomkeerbare stappen, vastgoed overhevelen, een bv optuigen, zet u pas als het eindplaatje helder is. Maar chronische onzekerheid is uiteindelijk duurder dan welk tarief dan ook. Wacht op duidelijkheid, houd het simpel, en laat u niet de verkeerde box in jagen.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief
Gerelateerde artikelen
Financiële repressie
Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?
Meer lezenStijgende rente is een teken van kracht
De stijgende rente zorgt voor onrust, maar vertelt een verhaal van kracht: van groei, winst en eerlijk rendement.
Meer lezenDeglobalisering of reglobalisering?
Deglobalisering lijkt onvermijdelijk, maar de cijfers vertellen een ander verhaal: de wereldhandel verandert van vorm, niet van richting.
Meer lezen
