AI en de chipmarkt

29 juli 2026

AI en de chipmarkt

De discussie over kunstmatige intelligentie is inmiddels onlosmakelijk verbonden met de vraag naar de houdbaarheid van de halfgeleideraandelen. De industriegroep semiconductors is uitgegroeid tot een van de zwaarste blokken op de beurs. Samen vormen deze aandelen tegenwoordig ongeveer de helft van de IT-sector en daarmee meer dan vijftien procent van de totale markt. Wie vandaag in een brede index belegt, heeft dus een fors belang in chips, of hij dat nu bewust heeft gekozen of niet. Precies daarom raakt de vraag “is AI een zeepbel?” iedereen, en niet alleen de gespecialiseerde technologiebelegger. De ontwikkelingen volgen elkaar bovendien in hoog tempo op: goedkope Chinese modellen als Kimi K3, een spectaculair beursdebuut van een Chinese geheugenchipmaker, een nieuwe concurrent voor ASML, oplopende zorgen over circulaire financiering en een groeiende geopolitieke tweedeling zorgen ervoor dat hetzelfde nieuwsbericht door de ene belegger als koopsignaal en door de andere als waarschuwing wordt gelezen. De onderstaande tien vragen en antwoorden brengen daar structuur in. Ze scheiden de laag die werkelijk onder druk staat, die van de modelmakers, van de laag waar de meeste beleggers hun geld hebben zitten, die van de chips en de infrastructuur, en laten zien waarom die twee lang niet altijd hetzelfde risico lopen.

1. Is AI een zeepbel?

Dat hangt ervan af wat je precies bedoelt. “AI” is namelijk geen één ding. Je moet twee lagen uit elkaar houden. De eerste laag zijn de bedrijven die de slimme modellen maken, zoals OpenAI en Anthropic. De bovenste laag verkoopt intelligentie: een antwoord, een stuk code, een analyse. Die laag staat onder druk, want er komen steeds meer modellen bij en de prijzen dalen snel. De tweede laag is alles wat daaronder ligt en de modellen laat draaien: de chips, de grote datacenters, de netwerken en de stroom. De meeste zorgen over een zeepbel gaan over de eerste laag. De chipaandelen zitten juist in de tweede laag. Dat verschil is de kern van het hele verhaal. Zolang mensen AI blijven gebruiken, blijft die onderste laag verdienen. De waarde verschuift dus naar beneden in de keten: weg van de modelmakers, richting de eigenaren van de infrastructuur.

2. Wat is Kimi K3 precies?

Kimi K3 is een AI-taalmodel van het Chinese bedrijf Moonshot (gefinancierd door Alibaba) Het is dus software, geen machine. Het is bijzonder om twee redenen. Ten eerste presteert het bijna net zo goed als de beste westerse modellen. Ten tweede is het veel goedkoper in gebruik: ongeveer half zo duur als de westerse toppers. Als bijna iedereen goede AI kan leveren, wordt intelligentie een soort bulkproduct, en bij een bulkproduct daalt de prijs. Dat raakt het verdienmodel van de bedrijven die hun geld met het model zelf verdienen. Maar een bedrijf kiest zijn AI-leverancier niet meer alleen op prijs, maar ook op betrouwbaarheid, ondersteuning en integratie. Zo verandert de vraag van “welk model is het slimste?” in “welk model kan ik zonder gedoe blijven gebruiken?”. Het verschil zit in echte, betalende klanten. Anthropic bereikte een omzet op jaarbasis van rond de 47 miljard dollar, vooral dankzij de populariteit van zijn programmeerhulp Claude Code, tegenover 10 miljard een jaar eerder. OpenAI zit op een omzet op jaarbasis van ongeveer 25 miljard dollar. Een bedrijf met snelgroeiende, betaalde zakelijke omzet staat steviger dan een bedrijf dat vooral op verwachtingen wordt gewaardeerd. Dat verklaart waarom Anthropic OpenAI kon inhalen, ondanks een lagere absolute omzet: de kwaliteit en groei van de omzet tellen mee, niet alleen het aantal gebruikers. Microsoft heeft het grootste belang in OpenAI, terwijl Amazon en Alphabet de belangrijkste investeerders zijn in concurrent Anthropic. Daarnaast heeft NVIDIA strategische belangen in beide AI-bedrijven opgebouwd. Tot slot bezitten ook SoftBank (in OpenAI) en Salesforce (in Anthropic) aanzienlijke minderheidsbelangen.

3. Betekent goedkopere AI dat er minder chips nodig zijn?

Nee, waarschijnlijk het tegenovergestelde Voor de chips en de infrastructuur geldt dat goedkopere AI de markt juist groter maakt in plaats van kleiner. Dit heet de wet van Jevons: als iets goedkoper wordt, gaan mensen het juist méér gebruiken. We hebben dit al één keer gezien. In januari 2025 kwam het goedkope Chinese model DeepSeek uit. Nvidia verloor die dag zo’n 590 miljard dollar aan beurswaarde. Maar geen enkel groot cloudbedrijf verlaagde daarna zijn uitgaven. Ze verhoogden die zelfs. De reden is simpel: goedkopere AI maakt meer toepassingen mogelijk, en meer toepassingen vragen meer rekenkracht. Uit onderzoek blijkt dat een prijsdaling van tien procent leidt tot ongeveer elf procent meer verbruik. De vraag groeit dus harder dan de prijs daalt.

4. Er was een Chinese chipnotering die 460 procent steeg. Wat zegt dat?

Dat ging om ChangXin Memory (CXMT), een Chinese maker van geheugenchips. Het aandeel debuteerde op 27 juli 2026 op de beurs van Shanghai en steeg op de eerste dag ruim 460 procent. Chinese beursdebuten hebben op de eerste dag geen koerslimiet, en de handel wordt gedreven door particuliere beleggers. Het zegt dus vooral iets over de euforie onder Chinese beleggers. Het zegt weinig over de vraag naar de chips van Nvidia, TSMC of ASML. Verwar die twee markten niet.

5. Wat is “circulaire financiering” en is dat gevaarlijk?

Circulair betekent dat het geld in een kringetje rondgaat. Nvidia investeert in klanten, en die klanten kopen daarna weer chips van Nvidia. Zo lijkt de vraag groter dan hij echt is. Rond 2000 gebeurde iets vergelijkbaars met telecombedrijven, en dat liep slecht af. Toch is de vergelijking niet helemaal eerlijk. De grote klanten van nu, zoals Microsoft en Google, hebben enorme winsten en betalen hun chips met eigen geld. De kringloopdeals zijn de rand van het verhaal, niet de kern. Het echte risico zit bij de modelmakers, niet bij de chipbedrijven.

6. Zijn de chipaandelen niet gewoon te duur?

Dat valt mee als je naar de winst kijkt. De koers van Nvidia is ongeveer 21 keer de verwachte winst. Het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar was 72. Het aandeel is dus goedkoper dan normaal, niet duurder. En de winst in de sector groeide in het tweede kwartaal van 2026 met 131 procent. Dat is het grote verschil met de dotcomzeepbel van 2000: toen hadden die bedrijven vaak helemaal geen winst. Nu is de winst er wel. Eén zorg blijft wel echt: Nvidia is in zijn eentje goed voor ongeveer acht procent van de hele Amerikaanse beurs. Als dat ene aandeel valt, voelt iedereen dat.

7. Geven bedrijven niet veel te veel uit aan datacenters?

De bedragen zijn inderdaad enorm. Maar de vraag groeit even hard mee. Het platform van Google verwerkt nu ongeveer 3,2 quadriljoen “tokens” per maand. Een token is een klein stukje tekst dat een model verwerkt. Dat is bijna zeshonderd keer zoveel als een jaar eerder. De clouddomzet van Google groeide met 82 procent. Belangrijk is ook dat de bedrijven pas bouwen als de klant al getekend heeft. Dit is dus geen blinde bouwwoede, maar uitbreiding die vooraf is verkocht.

8. Kan China de chipmarkt overnemen?

Op korte termijn niet volledig, maar de druk neemt wel toe. De nieuwe Huawei-chip (Ascend 950) claimt bijna drie keer de prestatie van Nvidia’s Chinese chip, tegen een kwart van de prijs. Dat bedreigt de verkoop van Nvidia in China echt. Tegelijk zit China vast op het duurste deel van de markt. Door de Amerikaanse exportregels kan China de machines van ASML niet kopen en ook het snelste geheugen (HBM) niet krijgen. Dat snelle geheugen is precies wat de duurste AI-chips nodig hebben. China wint dus terrein aan de onderkant, maar het topsegment blijft voorlopig westers en Zuid-Koreaans.

9. Verdient AI eigenlijk wel geld?

Aan de bouwkant wel. De chipbedrijven en de cloudbedrijven boeken echte omzet. Meer dan zeventig procent van al het AI-gebruik zit in programmeertaken, en dat is nuttig werk waar bedrijven voor betalen. Aan de gebruikerskant is het beeld gemengder. OpenAI had begin 2026 zo’n 900 miljoen wekelijkse gebruikers, maar slechts een klein deel daarvan betaalt. Net als bij het vroege internet komt eerst het bouwen en pas daarna het grote verdienen. Het verschil is dat de kassa bij de leveranciers nu al rinkelt.

10. Wat zijn dan de echte risico’s?

Er zijn er vooral vier, en ze zitten niet allemaal op dezelfde plek. Ten eerste de waardering van de modelmakers, die het meest onder druk staan. Ten tweede de zwakke betaling door gewone gebruikers. Ten derde de concentratie: heel veel geld hangt aan één of twee namen. En ten vierde de politiek. Rond 21 juli werd gewezen op mogelijke Amerikaanse sancties tegen Chinese AI-bedrijven, en China bouwt met een eigen landenblok (WAICO) een tegenwereld op. Dat laatste risico snijdt aan twee kanten en is het lastigst te voorspellen.

 

Conclusie

De economische waarde door de opkomst van open-source modellen verschuift van de AI-laboratoria naar de fysieke infrastructuur. Dit maakt de langetermijn-beleggingscase voor partijen die rekenkracht bezitten of leveren, zoals hyperscalers, halfgeleiders (semis), netwerkleleveranciers en energie-infrastructuur, structureel sterker. De dalende tokenprijzen bedreigen het rendement op investeringen van deze techreuzen niet, omdat de exponentiële volumegroei door geavanceerde AI-agenten en adoptie door bedrijven de prijsdalingen ruimschoots compenseert.

 

 

Han Dieperink, Chief Investment Officer 

 

Disclaimer

Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief 

Gerelateerde artikelen

De magische 4%

Lange tijd rekende Nederland met vier procent. Pensioenfondsen gingen ervan uit dat hun beleggingen gemiddeld dat rendement haalden. Toekomstige uitkeringen

Meer lezen

De semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij

Chipaandelen corrigeren hard, maar de semiconductorsupercyclus is nog niet voorbij. Kunstmatige intelligentie en robots stuwen de vraag.

Meer lezen

Financiële repressie

Het IMF waarschuwt voor de terugkeer van financiële repressie Wat betekent dit stille schuldenmiddel eigenlijk voor obligaties en aandelen?

Meer lezen

Koffie?

Verder praten over de dynamiek van vermogen. Maak hier een afspraak voor een kop koffie bij ons op kantoor of bij u thuis.

Neem contact op

Fout: Contact formulier niet gevonden.