Het debat over technologie en werkgelegenheid is zo oud als de stoommachine. Elke generatie kent haar eigen versie van dezelfde angst: de machines nemen ons werk over. En elke generatie blijkt achteraf zowel gelijk als ongelijk te hebben gehad. Met kunstmatige intelligentie is dat niet anders – al zijn er wel degelijk nuances die onze aandacht verdienen.
Het World Economic Forum projecteert dat 92 miljoen banen wereldwijd zullen verdwijnen tegen 2030, terwijl er 170 miljoen nieuwe ontstaan, een netto groei van 78 miljoen arbeidsplaatsen. Ongeveer 60 procent van de huidige Amerikaanse werknemers vervult functies die in 1940 nog niet bestonden, wat impliceert dat meer dan 85 procent van de werkgelegenheidsgroei sindsdien voortkomt uit technologiegedreven baancreatie. De geschiedenis leert ons dus dat technologische vooruitgang per saldo banen creëert.
De infrastructuur van de revolutie
Elke technologische doorbraak vereist haar eigen ecosysteem. De spoorwegen hadden smelterijen nodig, de auto-industrie staalfabrieken en olieraffinaderijen. AI is niet anders. De explosieve groei van kunstmatige intelligentie vertaalt zich in een ongekende honger naar datacenters en rekenkracht. Iemand moet die hallen bouwen, de servers installeren en onderhouden, de koelsystemen ontwerpen. En dan is er de energie. De stroomvraag van AI-toepassingen stijgt exponentieel, wat investeringen in netwerkcapaciteit, energieopwekking en -opslag stimuleert. Van elektricien tot energietechnicus: de fysieke ruggengraat van de digitale economie creëert werk in sectoren die op het eerste gezicht niets met algoritmes te maken hebben.
Lagere kosten, grotere markten
Het tweede mechanisme is subtieler maar minstens zo krachtig: technologie verlaagt de kosten van bestaande activiteiten, waardoor markten expanderen en nieuwe banen ontstaan. De spoorwegen maakten transport goedkoper, niet om vervoer te elimineren, maar om het te democratiseren. Het resultaat was niet minder werk in distributie, maar méér: grotere volumes, langere trajecten, complexere logistiek.
Neem bijvoorbeeld de televisiewereld. In de jaren vijftig was een televisieproductie kapitaalintensief en voorbehouden aan enkele grote omroepen. Vandaag produceren streamingdiensten, YouTubers en onafhankelijke makers content tegen een fractie van de oorspronkelijke kosten. Het resultaat? Niet minder banen in media, maar een explosie van werkgelegenheid: cameramensen, editors, geluidstechnici, schrijvers, producers – verspreid over duizenden kleine en grote producties wereldwijd.
AI zal hetzelfde doen. Wanneer juridisch onderzoek, financiële analyse of medische diagnostiek goedkoper worden, daalt niet de vraag naar deze diensten, die neemt juist toe. Meer mensen krijgen toegang tot expertise die voorheen onbetaalbaar was. En al die extra vraag moet worden bediend.
De economie van vrijgekomen tijd
Technologie creëert tijd. De wasmachine maakte wasvrouwen niet werkloos, zij maakte miljoenen uren vrij die huishoudens voorheen aan handmatig wassen besteedden. Die vrijgekomen tijd vertaalde zich in andere activiteiten: betaald werk buitenshuis, onderwijs, ontspanning. Elk van die activiteiten genereerde nieuwe economische vraag en dus nieuwe banen.
De vaatwasser, de magnetron, de stofzuiger, elk apparaat dat huishoudelijk werk reduceerde, vergrootte de economische participatie en diversifieerde de consumptie. Restaurants, fitnesscentra, reisbureaus, entertainmentindustrie: sectoren die floreren omdat mensen tijd hebben om hun diensten af te nemen.
AI past naadloos in dit patroon. Wanneer een kenniswerker uren bespaart op routinematig onderzoek, ontstaat ruimte voor complexer werk, meer klanten, nieuwe projecten. Wanneer bedrijven efficiënter opereren, dalen prijzen en stijgt koopkracht. Die koopkracht zoekt een bestemming en vindt die in sectoren waar menselijk contact, creativiteit of fysieke aanwezigheid onvervangbaar blijven.
De keerzijde
Toch is het te gemakkelijk om hier de vlag uit te hangen. Vacatures voor instapfuncties in de VS daalden met 35 procent tussen januari 2023 en juni 2025. In sectoren als softwareontwikkeling en klantenservice daalde de werkgelegenheid voor starters met ongeveer 20 procent, terwijl die voor oudere werknemers juist groeide. De traditionele carrièreladder – waarin juniors via routinewerk ervaring opdoen – staat onder druk. Instapfuncties zijn de zijwieltjes voor een carrière. Als bedrijven die zijwieltjes weghalen, wie traint dan de managers van morgen?
AI creëert banen, maar niet noodzakelijk voor dezelfde mensen, op dezelfde plaatsen, met dezelfde vaardigheden. Een klantenservicecentrum dat vijfhonderd mensen in dienst had, transformeert mogelijk in vijftig AI-toezichtspecialisten die vanuit één locatie werken. De getallen kloppen, maar de menselijke realiteit is weerbarstiger.
Voor beleggers en ondernemers biedt dit een genuanceerd beeld. De winnaars van de AI-revolutie zijn niet alleen de technologiebedrijven zelf, maar ook de datacenterbouwers, de energieleveranciers, en de sectoren die slim genoeg zijn om productiviteitswinst te vertalen in bredere markten en nieuwe proposities. De verliezers zijn organisaties die denken dat AI louter een kostenbesparingsinstrument is en vergeten dat elke besparing ergens anders vraag creëert.
Technologie vernietigt banen. Technologie creëert banen. Beide uitspraken zijn waar. Het verschil zit in de timing, de locatie en de vaardigheden. De vraag is niet óf de balans positief uitvalt, maar of we als samenleving bereid zijn te investeren in de overbrugging van dat verschil.
Han Dieperink, Chief Investment Officer
Disclaimer
Abonneer op deze nieuwsbrief via www.aureus.eu/nieuwsbrief